Bezoekers Opgespoord

In de groeven speur ik altijd naar opschriften van bekende bezoekers aan de groeven. Sinds het bestaan van de mergelgroeven zijn mensen uit alle windstreken deze bezienswaardigheden komen bekijken. Vooral de Sint Pietersberg bij Maastricht heeft al eeuwenlang allerlei toeristen over de mergelvloer gehad. Van vele meer of minder bekende mensen weten we dat zij in de berg geweest zijn. Sommigen hebben hun naam op de wand geschreven waarvan enkele nog steeds te vinden zijn. In het ledenblad van de Studiegroep Onderaardse Kalksteengroeven publiceer ik min of meer regelmatig een klein stukje met bijbehorende foto. In deze stukjes beschrijf ik het opschrift en geef ik een beknopte biografie van de bezoeker. Uit een reeks van, tot nu toe, 30 stukjes heb ik hieronder een kleine selectie geplaatst. Nieuw > Helemaal beneden aan deze pagina staat een overzicht van de tot nu toe opgespoorde en in SOK-Info verschenen bezoekers.

Cornelius Elisa van Koetsveld   
Deze naam zal bij vrijwel niemand een belletje doen rinkelen, maar het opschrift van deze man kent bijna iedere bergloper. In het voormalige museum in Zonneberg, dat in de jaren negentig half afgegraven is zou nog steeds dit gedicht moeten staan. Deze schrijver (geboren in 1807 en overleden in 1893)  was predikant te Westmaas en ’s-Gravenhage en later hofprediker. Hij doopte de latere koningin Wilhelmina. Hij is in de Nederlandse literatuur geen onbekende en heeft een duidelijke invloed gehad op andere schrijvers.

Van Koetsveld schreef veel stichtelijke en theologische werken, kinderverhalen en preken. Zijn hoofdwerk heet ‘Schetsen uit de pastorij te Mastland’. Later schreef hij novellen waarin Van Koetsveld op vaak realistische wijze vooral de sociale nood in de achterbuurten van de grote stad beschreef. Hij was duidelijk een kind van zijn tijd want hij meende dat standen als door God verordineerd waren. Het verzachten van het leed dat armoede met zich meebracht zou vooral door prediking en bekering moeten komen….

Ik heb getwijfeld over dit opschrift: heeft Van Koetsveld dit zelf op de muur geschreven? Volgens  D.C. van Schaik wel. In 1848 bezocht Van Koetsveld  de berg en schreef  niet alleen op de wand van het museum maar ook een verhaal dat in hetzelfde jaar uitgegeven is. Het gaat om een beschrijving van een verdwaling waarin hij werkelijkheid en fantasie vermengd. (Verschenen in SOK-Info nr.114)

 

   
August Fröbel

Na Napoleons nederlaag in de Slag van Leipzig sloten de Verbonden Mogendheden in december 1813 de vesting Maastricht in. Het leger dat het Franse garnizoen insloot bestond uit Russische, Zweedse, Hollandse en Pruisische eenheden. Nadat Napoleon op 11 april 1814 afstand deed van zijn keizerstroon kwam het tot een wapenstilstand en verliet het Franse garnizoen de stad. Het duurde echter tot augustus 1814 voordat de stad volledig onder Nederlands bestuur kwam en de troepen van de Verbonden Mogendheden naar huis konden.

Op 9 juni 1814 bezochten een aantal vrijwilligers uit Elbing in Pruissen waaronder Friedrich Wilhelm August Fröbel (1782-1852) de St. Pietersberg. In het voorjaar van 1813 had Fröbel zich aangesloten bij een van de vele vrijwillige eenheden om samen met de Russen de Franse bezetters uit Pruissen te verjagen.

Tot dan had hij zich bezig gehouden met zijn studies natuurkunde en filosofie. Na de demobili­satie werkte hij als mineraloog aan de universiteit van Berlijn, maar interesseerde zich steeds meer voor pedagogiek. Geleidelijk ontwikkelde hij een eigen, nieuwe visie op de opvoeding en ontwikkeling van kleine kinderen. Fröbel wordt beschouwd als de geestelijke vader van de Kindergarten(kleuterschool) die bij ons vroeger “fröbelschool” genoemd werd. Het werk­woord “fröbelen” is hier van afgeleid. Fröbels methodiek en leermiddelen worden vandaag de dag nog gebruikt in het kleuteronderwijs. (Verschenen in SOK-Info nr.87)
Willy Verster

In veel Limburgse groeven, met name in het Geuldal, kan men bovenstaande naam zien staan, bescheiden en onopvallend, zodat men er snel aan voorbij gaat. Onderstaand opschrift is in Zonneberg gefotografeerd. Verster is door Ir. D.C. van Schaik “Limburgs grootste grottenenthousiast” genoemd. Deze in 1888 geboren Hagenaar had sinds zijn jeugd zijn hart verloren aan Zuid-Limburg en de onderaardse wereld van de berg. Al op jonge leeftijd trok hij in zijn eentje de onderaardse wereld door. Berglopers die de ‘Dikke Van Schaik’ op de boekenplank hebben staan kunnen dit nalezen in het hoofdstuk ‘Verhalen en legenden van den St. Pietersberg’ door Verster geschreven.

Van beroep was hij eerste violist bij de Muntschouwburg te Brussel. Deze muzikale loopbaan moest hij echter voortijdig afbreken vanwege een zenuwaandoening in één van zijn handen. Hij haalde zijn onderwijsakte en verdiende zijn brood met lesgeven in de Franse en Italiaanse taal. Naast leraar was hij een verdienstelijk schrijver van reisverhalen en artikelen over de vele bekoringen van Limburg en de onderaardse groevenwereld. Van zijn hand verscheen het boekje ‘De Zuid-Limburgsche grottenwereld’. Willy Verster stierf in 1941 te Breda. Zijn passie voor de berg blijkt vooral uit de volgende passage uit ‘De Dikke’ die wij als berglopers maar al te goed begrijpen; “Heeft men er belangstelling voor en geeft men zich eenmaal over aan de lust om den geheimzinnigen doolhof te verkennen, dan wordt de grot als een sirene, aan wier roep men geen weerstand meer kan bieden.” (Verschenen in SOK-Info nr.88)

Matthias Kribs

In het Noordelijk gangenstelsel van de Sint Pietersberg staat, dicht bij de toegangstunnel, een haast onleesbaar opschrift: M.Kribs, pastoor te St. Pieter.

Johannes Mathias Kribs zag het eerste levenslicht te Wessem op 22 januari 1822. Op 27-jarige leeftijd werd hij tot priester gewijd waarna hij in 1849 korte tijd als kapelaan in Duitsland werkte. In datzelfde jaar werd hij benoemd tot kapelaan te Heer waar hij zeven jaar lang tevens dorpsschoolmeester was bij gebrek aan een echte onderwijzer. Vervolgens werkte hij van 1856 tot 1869 als kapelaan te Stein, waar hij weer vertrok om tenslotte pastoor van Sint Pieter te worden. Kribs was bouwpastoor van de parochiekerk op de berg(1874) en de Sint Rochuskapel (1888). Voor de Sint Pieternaren schijnt hij vooral een vrijgevig en hulpvaardig man te zijn geweest bij wie iedereen kon aankloppen. De pastorie was “een gedurig toevluchtsoord voor geestelijk en lichamelijk hulpbehoevenden van heinde en ver. Sint Pieter geleek in zijn tijd wel een bedevaart­plaats”. Op 95-jarige leeftijd besloot Kribs dat het tijd werd om met pensioen te gaan. Hij bleef in Sint Pieter wonen tot aan zijn dood op 20 november 1901. Wegens zijn toewijding en inzet voor zijn parochie heeft de gemeente Maastricht in 1933 een straat naar hem vernoemd in de wijk Sint Pieter. (Verschenen in SOK-Info nr.84)

Henricus Landtmeter 

Op 25 maart 1740 werd Hendrik Landtmeter door het stadsbestuur aangesteld als stadsdrukker. Deze functie werd bij toerbeurt aangewezen aan een Brabantse of Luikse drukker. Landtmeter werd als Brabantse stadsdrukker aangewezen. In de raadsverdragen van 1741 komt Landtmeter ter sprake nadat hij door een stukje, gepubliceerd in de stadsalmanak, een rel had veroorzaakt. Het gemeentebestuur of de burgerij van Tongeren voelde zich blijkbaar beledigd door deze publicatie. Reden genoeg voor de stadsraad aan drukkers te verbieden iets te publiceren zonder voorkennis van de Hoogschouten. Landtmeter kreeg niet lang daarna het alleenrecht voor het drukken van de ‘nieuwen naauwkeurigen Almanak’ waarop hij de stads­engel mocht afbeelden, iets dat aan andere drukkers verboden was. Het bedrijf van Landtmeter dat naast het oud-stadhuis (Dinghuis) gelegen was, werd door diens echtgenote voortgezet nadat Hendrik stierf. Wanneer Hendrik Landtmeter stierf is niet precies bekend, maar dit was na 1776. Ook de naam van de weduwe Landtmeter komt in Raadsverdragen voor wegens een geschil met een andere drukker die almanakken drukte en verkocht waarop Landmeter volgens zijn weduwe het alleenrecht had.

Het opschrift ‘H.J.Landtmeter 14-5-1769’ is in rood krijt geschreven en staat in Zonneberg. Men kan het vinden in de omgeving van de zgn. ‘Derde Pompenkamer’. (Verschenen in SOK-Info nr.98)

Dit is een overzicht van de dertig Opgespoorde Bezoekers waarover ik een stukje geschreven heb in SOK-Info.  

Opgespoorde Bezoeker Beroep Locatie SOK-Info nr.
Philips van Gulpen Tekenaar Zonneberg 75
Valentijn Klotz Tekenaar Zonneberg 76
Theodoor Weustenraad Schrijver        Zonneberg 77
Matthias Soiron   Architect Zonneberg 78
Robert Franquinet Dichter Noord 79
Harmen Siezen     Journalist Zonneberg 80
Theodoor Weustenraad (2) Oom van schrijver Zonneberg 81
Antoon Lipkens Lakenkoopman Zonneberg 82
Joppen de Beegden Burgemeester Zonneberg 83
Matthas Kribs Pastoor         Noord 84
Frederic Lamont Pianist Zonneberg 85
Pieter Post Architect Zonneberg 86
August Fröbel     Pedagoog Zonneberg 87
Willy Verster Dichter Zonneberg 88
Adele Schopenhauer Zus van filosoof Zonneberg 93
Maurits Lowenthal Belegeraar Zonneberg 97
Hendrik Landtmeter Drukker Zonneberg 98
Pauline d’Oultremont Hofdame Zonneberg 99
British volunteers Militairen Zonneberg 101
Alexander Simays Fotograaf Zonneberg 102
Van Limburg Stirum Bevelhebber Zonneberg 103
Courrier de la Meuse Medewerkers krant Zonneberg 104
Margareta van Brederode Abdis/Vorstin Zonneberg 105
Prins van Waldeck Gouverneur Zonneberg 106
Joris van der Haegen Schilder Zonneberg 107
Tjerk of Tjeerd Bottema Schrijver/illustrator Zonneberg 112
C.E. van Koetsveld Dichter/predikant Zonneberg 114
Prins van Hessen Cassel Militair Gouverneur Zonneberg 115
Joseph Viegen Schrijver Noord 122
Major James George Semple Zwendelaar Zonneberg 130
Harry Koene Architect Zonneberg 131